Volg ons op Facebook!

Volg ons op Facebook en blijf op de hoogte van de laatste berichten uit het veld!


Home » Nieuwsberichten » Bio-vergisting: de oplossing voor circulaire economie en waterverontreiniging?

Bio-vergisting: de oplossing voor circulaire economie en waterverontreiniging?

20 april 2017 - In de vorige eeuw zijn er grofweg drie typen bio-vergistingen ontwikkeld: slibvergisting bij waterschappen, industriële vergisting in de levensmiddelenindustrie industrie en mestvergisting in de agrarische sector. De eerste twee typen bio-vergistingen roepen nauwelijks maatschappelijke weerstand op terwijl bio-vergisting bij de agrarische sector steeds opnieuw ter discussie staat. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) constateerde onlangs dat door landbouwactiviteiten grote hoeveelheden N (stikstof) en P (fosfor) in het aquatisch milieu terecht komen. Voor een goede waterkwaliteit is ander mestbeleid nodig, vindt de Algemene Waterschapspartij.

Evaluatie van het mestbeleid

De recente oproep van het PBL aan het kabinet om het mestbeleid in Nederland aan te passen, heeft de steun van de waterschappen. Immers, op de helft van de onderzochte meetlocaties in het agrarisch gebied voldoet de waterkwaliteit niet aan de getelde normen. Deze oproep staat min of meer haaks op de maatschappelijke opdracht om middels transitie een bijdrage te leveren aan de circulaire economie. Hernieuwbare energie uit biomassa maakt in 2015 volgens het CBS voor 5,8% deel uit van het totale energieverbruik. Het aandeel biogas is ongeveer 0,55%. De doelstelling van 14% voor 2020 wordt niet gehaald. Nederland hiermee een van de slechtst presterend landen binnen de EU.

Slibvergisting op de rwzi

De waterschappen hebben vergistingsinstallaties gebouwd voor het stabiliseren van slib. Het digestaat uit deze bio-vergisting wordt ingedikt tot 35% droge stof (DS) en daarna verbrand. De overtollige warmte van de verbranding wordt geleverd aan omliggende bedrijven. CaCO3 uit de gaswassing wordt gebruikt door de papierindustrie en de assen in de fosfaatindustrie. Het biogas van de bio-vergisting wordt door een warmte kracht koppeling (WKK) omgezet in warmte en elektra.

De vrijkomende warmte wordt gebruikt om de slibgisting en gebouwen te verwarmen. Waterschappen kunnen in principe hiermee voor 100% in de eigen energiebehoefte te voorzien. Het overtollige biogas en warmte worden na opwaarderen incidenteel geleverd aan energiebedrijven. In het kader van de circulaire economie zijn hiervoor concepten ontwikkeld zoals de energie- en grondstoffenfabriek. Naast energiestromen zijn er initiatieven om fosfor-, zwavel en cellulose te valoriseren.

Waterzuivering in de levensmiddelenindustrie

Industriële waterzuiveringen zijn een combinatie van een anaerobe voorzuivering gevolgd door een aerobe nazuivering. Deze techniek is voor het eerst toegepast in de suikerindustrie en heeft navolging gekregen binnen de levensmiddelenindustrie. Middels een EGSB-reactor (Expanded Granular Sludge Bed) wordt de opgeloste organische stof omgezet in biogas en slibkorrels. Het biogas wordt door een WKK omgezet in elektra en warmte. Energiestromen die de voedingsmiddelenindustrie prima kan gebruiken. De slibkorrels zijn schaars en kunnen worden verkocht. Deze vergistings- en ontzwavelingstechnologie wordt door Nederlandse bedrijven wereldwijd geëxporteerd.

Mestvergisting op de boerderij

Bio-vergisting bij agrarische bedrijven heeft een slecht imago gekregen door bedrijfsongevallen, geurhinder, calamiteiten met gevaarlijk stoffen en vervuiling van oppervlaktewater. De intensive veehouderij breidt steeds verder uit tegen de maatschappelijke weerstand in. Oprekken van regelgeving, verschillen in interpretatie van metingen en berekeningen leiden tot een steeds grotere veestapel. In 2013 gaf het kabinet er de voorkeur aan om de dierrechten (het recht om een bepaald aantal dieren te mogen houden) te laten vervallen. Stapeling van instrumenten zoals dierrechten en verplichte mestverwerking was onwenselijk. Het stelsel van verplichte mestverwerking treedt op aandringen van de branche in werking. De intensieve veehouderij groeit sindsdien explosief evenals het aantal vergistingsinstallaties.

Mest heeft een lage energiewaarde en voor het bio-vergisten zijn energierijke organische stromen gewenst. Bij co-vergisten is het mogelijk om naast mest, 50% van andere reststromen mee te vergisten. Het mestprobleem wordt hiermee in principe niet opgelost maar met 100% vergroot. Met de mest wordt o.a. gft, gewasresten, energiegewassen, glycerine en afval van vetten vergist. De reststoffen die met de mest worden vergist zijn opgenomen in bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. In 2013 is de Aa-lijst onder invloed van biogasproducten uitgebreid van 40 naar 120 reststoffen wegens gebrek aan reststromen.

Meststoffen worden geconcentreerd in het digestaat

De gedachte achter de mestverwerking is dat de teveel geproduceerde mest als digestaat wordt afgevoerd. Digistaat is een droog product en neemt maar ca. 10% van het volume in van de oorspronkelijke mest. De hoeveelheid N en P in het digestaat is even groot als in de oorspronkelijke mest, en bij covergisting wordt er vanuit de andere reststoffen nog extra N en P toegevoegd. Indien al het digestaat zou worden uitgereden op het eigen land zou de overbemesting extreme vormen aannemen. Export van digestaat naar gebieden in Nederland en vooral in Duitsland waar er nu een tekort is aan mest is dan de oplossing. 

Of het geproduceerde digestaat mag worden afgevoerd naar de landbouw wordt bepaald in het Besluit gebruik meststoffen (Bgm). Naast samenstelling, hoeveelheid en uitrij-eisen gelden voor digestaat ook concentratie-eisen m.b.t. zware metalen en andere gevaarlijke stoffen. Alleen digestaat wat aan criteria van de Bgm voldoet kan voor bemesting worden gebruikt.

De overige mogelijkheden voor de afzet van digestaat zijn:

  • Hygiëniseren en met bijbetaling afzetten Duitsland
  • Hygiëniseren, ontwateren en afzetten als organische mest*
  • Ontwateren, drogen, toevoegen van stoffen, pelleteren en als hoogwaardige mestkorrels vermarkten binnen Europa*

De opstartsubsidiering van het mestinvesteringsfonds stelt eisen aan het percentage te exporteren fosfaat, de kwaliteit van het businessplan en de effectiviteit van de investering. In 2016 zijn de eisen ten aanzien van de kwaliteit en afzet van het eindproduct aangescherpt.

* De geconcentreerde zouten uit dunne fractie kunnen middels ultrafiltratie en omgekeerde osmose worden toegevoegd aan het digestaat en het filtraat kan worden geloosd op het riool.

Export van digestaat naar Duitsland

In Duitsland zijn akkerbouwers verplicht om een bepaald gehalte aan organische stof in de bodem te handhaven. Voor kwalitatief hoogwaardige organische stof zoals digestaat is er een markt in Duitsland. De ontwaterde en gedroogde digestaten van covergisting van mest vertegenwoordigen een handelswaarde van 50 tot 110 €/ton. De productiekosten variëren tussen 40 – 80 €/ton. Digestaat heeft onbewerkt een negatieve waarde van -25 tot -30 €/ton.

Op het exporteren van digestaat is minimaal Nederlandse en Europese wetgeving van toepassing. Voor het exporteren van digestaat naar Duitsland gelden regels m.b.t. hygiënisatie (digestaat wordt één uur verhit tot 80 OC). Alle digestaten van plantaardige afkomst worden in Duitsland als afval beschouwd.

Intensieve veehouderij en waterkwaliteit

De intensieve veehouderij is zelf verantwoordelijk voor verwerking en afzet van mest. Het geproduceerde digestaat moet kunnen concurreren in kwaliteit en prijs met andere organische stofstromen, die marktconform worden verkocht. Zodat waardevolle nutriënten niet verloren gaan.

Als dit niet mogelijk is, dan staat de toekomst voor de intensieve veehouderij, bio-vergisting en de circulaire landbouw onder grote druk. De N en P-gehaltes in het grond- en oppervlaktewater zullen hoger worden en Nederland zal niet aan internationale afspraken kunnen voldoen. 

Lees ook: 'Voor een goede waterkwaliteit is ander mestbeleid nodig'
 

Ing. Albert P.J. v.d. Koolwijk MSc.
AWP - Aa en Maas