Volg ons op Facebook!

Volg ons op Facebook en blijf op de hoogte van de laatste berichten uit het veld!


Home » Nieuwsberichten » Klimaatadaptatie in de stad: van theorie naar praktijk

Klimaatadaptatie in de stad:
van theorie naar praktijk

Kosten en baten beter in beeld

29 apr 2017 -De noodzakelijkheid van een klimaatbestendige inrichting van stedelijk gebied is zo langzamerhand zonneklaar. Door hoosbuien veroorzaakte schades en overlast en tussen de stenen van de stad hoog oplopende temperaturen drukken iedereen, beheerders en bewoners, met de neus op de feiten. Voor gemeenten en waterschappen speelt nu vooral de vraag: wat zijn de opties en hoeveel kost het?

De jaarlijkse conferentie van het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) op 11 april en het op 5 april aan de Hogeschool van Amsterdam georganiseerde symposium De klimaatbestendige stad: Inrichting in de praktijk boden recente inzichten in de ontwikkeling en toepassing van nieuwe kennis van en ervaringen met stedelijke klimaatadaptatie (lees hier het verslag). Ruimschoots aandacht was er voor de vraag hoe kosten en baten zich tot elkaar verhouden.

Warm en extreem

2016 was het warmste jaar op aarde ooit gemeten. Het derde op rij, maar liefst. Ook in 2017 zijn op verschillende plekken al temperatuurrecords gebroken. Een analyse van het wereldwijde klimaat in 2016 door de WMO, de World Meteorological Organisation, liegt er niet om. De hoeveelheid CO₂ in de atmosfeer is in de geschiedenis van de mensheid nog nooit zo groot geweest en nooit eerder is er zo weinig zee-ijs op de polen gemeten. De WMO waarschuwde dat de klimaatwetenschap zich op ‘onbekend terrein’ bevindt.

Het risico op extreme weersomstandigheden neemt toe. Ook Nederland krijgt vaker met weersextremen te maken. Roald Lapperre, directeur Algemeen Waterbeleid en Veiligheid bij het ministerie van IenM, riep tijdens de NKWK-conferentie in herinnering dat in juni 2016 hevige neerslag in de omgeving van de Brabantse gemeente Someren in één uur tijd € 700 miljoen aan schade veroorzaakte. Verzekeraars ontvingen 110.000 schademeldingen. ’Dus ook in Nederland is de impact in potentie heel groot.’

Eens in de zeven jaar presenteert het KNMI klimaatscenario’s waarin de betekenis van wereldwijde ontwikkelingen voor Nederland wordt geduid. De laatste zijn van 2014, maar de wetenschap staat niet stil. Nieuwe meteorologische inzichten in, bijvoorbeeld, de relatie tussen smeltend poolijs en neerslag in Nederland krijgen hun weerslag in de scenario’s van 2021, beloofde hoofddirecteur Gerard van der Steenhoven, maar worden voordien ook zoveel mogelijk gedeeld en vertaald in bruikbare informatie om er de praktijk van de klimaatadaptatie mee te voeden.

Het in Parijs in 2015 gesloten klimaatakkoord is inmiddels door 44 landen geratificeerd, deelde Van der Steenhoven mee, ‘en begint effect te hebben.’ Er is sprake van een recente afvlakking van de CO₂-uitstoot. Maar om de trend van stijgende CO₂-gehalten en temperaturen een halt toe te roepen en de opwarming van de atmosfeer (ten opzichte van een pre-industrieel tijdperk) tot de in Parijs afgesproken 2°C te beperken, ‘moet nog veel gebeuren’.

Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie

Niet voor niets verschijnt later dit jaar, op Prinsjesdag, een separaat Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Deltacommissaris Wim Kuijken noemde op 11 april de voor adaptatie benodigde inspanningen ‘een tandje ingewikkelder’ dan de uitvoering van waterveiligheidsdoelstellingen, ‘waar je centraal in de wet de normering vastlegt. Dit is allemaal in de haarvaten van de fysieke leefomgeving.’ Behalve de in het kader van het NKWK ontluikende samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven beschouwt Kuijken de onderzoeksprogrammering door NWO op het gebied van water en klimaat en de oproep van de in de Kennisalliantie verenigde wetenschappers en ondernemers aan een nieuw kabinet om structureel € 1 miljard per jaar te gaan investeren in onderzoek en innovatie als kansen om kennis voor adaptatie te ontwikkelen. Hij benadrukt dat in het NKWK óók gestudeerd wordt op het vermijden van de nadelige gevolgen van klimaatverandering. ‘Aan klimaatadaptatie doen we in dit land al ongelofelijk veel, maar we weten ook: als de mitigatie niet lukt, dan is het dweilen met de kraan open.’

Amsterdam Rainproof:
kosten en baten beter in beeld

Een van de veertien onderzoekslijnen van het NKWK behelst de “klimaatbestendige stad”. Hoe ontwerp of transformeer je de gebouwde omgeving zo dat weersextremen geen bedreiging vormen? En wie gaat dat betalen? Paulien Hartog (Waternet) constateert dat het nog zoeken is naar een goede verdeelsleutel voor investeringen in klimaatadaptatie. In het programma Amsterdam Rainproof, bedoeld om de stad minder kwetsbaar te maken voor extremen, blijkt het knap lastig om de baten van de door diverse initiatiefnemers genomen kleinschalige maatregelen toe te schrijven aan specifieke partijen.

‘Aanvankelijk hebben we gezegd dat je Rainproof heel goed kunt meekoppelen en dat het dan niets kost’, legt Hartog uit. Maar in de praktijk bleken er wel kosten te zijn, niet begroot, waardoor grote spelers niet in beweging kwamen. ‘Wat zijn die kosten en baten dan, vroegen we ons af, en moet er dan toch niet top-down wat gebeuren?’ Hierom is de stadsbrede economische Illustratie ontwikkeld: een methode om inzicht te krijgen in de potentiële schade van wateroverlast, de kosten, de effectiviteit van maatregelen, investeringen en beheerkosten, en de verdeling van kosten en baten over stakeholders. Het instrument is niet als een MKBA (maatschappelijke kosten-batenanalyse) op basis van literatuur ontwikkeld, legt Hartog uit, maar op basis van consultatie van landelijke en lokale deskundigen. Met STOWA is Amsterdam Rainproof in gesprek over de toepassing van de methodiek in andere gebieden, buiten Amsterdam.

Waarom een illustratie? ‘Omdat we er nog lang niet zijn en erkennen dat er kwalitatieve en kwantitatieve aspecten zijn die we in evenwicht willen presenteren. Dat je iets nog niet kunt berekenen, wil niet zeggen dat het minder belangrijk is.’ De economische illustratie heeft de vorm van een infographic met vier vensters: schade, effectiviteit (op basis van zes ruimtelijke typologieën), baten en investeringskosten. ‘Onze bestuurders kunnen we nu ook in economische termen uitleggen wat we aan het doen zijn. We hopen aan de hand van de vensters met de partijen in stad het gesprek te kunnen voeren over bijdragen aan de benodigde transitie van de stad.’ Het instrument, dat in juni 2017 gereed is, kent grote bandbreedtes in de berekening van kosten en baten, volgend uit de onderliggende aannames en getallen. Zoals die voor schade. ‘Wij hebben gerekend met werkelijke getallen van verzekeraars, variërend tussen € 75 en € 200 schade per m². Het maakt nogal uit wat er in een souterrain staat.’

Amersfoort: natuurlijke alliantie

Voor Amersfoort zijn de gemeente en het Waterschap Vallei en Veluwe gekomen tot een samenhangend beheer van water-, bodem- en groensystemen. Het begon met de vraag: wat betekent “niets doen” voor Amersfoort? Met de Climate Costs (clico) tool van Stichting Climate Adaption Services (CAS), aangevuld met gemeentelijke kengetallen, heeft de gemeente per gebied een indicatieve berekening gemaakt van te verwachten schadeposten door overstroming, hittestress, wateroverlast en droogte. In totaal zou klimaatverandering in 2050 tussen € 60 en € 144 miljoen schade opleveren. Reden genoeg om er een generiek thema van te maken, vertelt Paul Camps van gemeente Amersfoort. ‘In zowel de integrale als de sectorale gemeentelijke plannen kom je klimaatadaptief handelen tegen, inclusief kosten.’

De gerealiseerde geïntegreerde ruimtelijke aanpak is een voorbeeld van een natuurlijke alliantie. Deze methode heeft er in Amersfoort bijvoorbeeld toe geleid dat vanwege het overstromingsrisico alle functionele voorzieningen in het ziekenhuis van de begane grond naar hogere verdiepingen zijn verplaatst en dat bij de aanleg van een bedrijventerrein twee natuurgebieden zijn gerealiseerd die in natte periodes als overloopgebieden kunnen fungeren.

Dit artikel verscheen op Gebiedsontwikkeling.Nu op 29 april 2017.

Eric Burgers

(overname met toestemming van de auteur)