Volg ons op Facebook!

Volg ons op Facebook en blijf op de hoogte van de laatste berichten uit het veld!


Home » Nieuwsberichten » Voor goede waterkwaliteit is ander mestbeleid nodig

Voor goede waterkwaliteit is ander mestbeleid nodig

AWP stelt zich pragmatisch op in mestdossier

De doelen van de Kaderrichtlijn Water voor 2027 worden met het huidige mestbeleid niet overal in ons land gehaald, meldt Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Samen met een private partner bouwt waterschap Vallei & Veluwe een volledig circulaire Bio-energiecentrale, die een grote bijdrage zal leveren aan het verminderen van het mestoverschot in Nederland.

Fosfaat en nitraat voor grootste deel uit mest

11 april 2017 - Het oppervlaktewater is nu al niet schoon genoeg en ook de KRW-doelstellingen voor de waterkwaliteit in 2027 zullen met het huidige mestbeleid niet worden gehaald, is de conclusie van het PBL. Dat komt vooral door de landbouw. De doelen voor fosfaat worden op de helft van de meetlocaties in het regionale oppervlaktewater overschreden, gemiddeld met bijna een factor twee! De fosfaatbelasting uit de landbouw zou met 40 procent moeten verminderen.

Nitraat is ook een probleem bij grondwateronttrekking voor drinkwater. Vewin ziet overbemesting als een omvangrijk probleem voor drinkwaterbedrijven. Om onze drinkwaterproductie in de toekomst veilig te stellen, moet de nitraatnorm van 50 mg/l voor het ondiepe grondwater worden verplicht in àlle intrekgebieden van grondwaterwinningen. De stikstofbelasting uit de landbouw moet daarvoor met 20 procent omlaag.

Fraude met mest is wijdverbreid

Vooral in Brabant en Limburg zijn de hoeveelheden stikstof en fosfaat die op het land worden uitgereden veel te hoog. Een belangrijke oorzaak is fraude met de mestboekhouding. Het afvoeren van mest is duur, waardoor boeren veel meer mest op eigen land opbrengen dan is toegestaan. Ook zijn er geregeld illegale dumpingen. Volgens een schatting van het PBL zit 30 à 40 procent van de mest in het zwarte circuit. Gevolg is dat op papier het mestprobleem onder controle lijkt, maar dat in de praktijk de waterkwaliteit niet verbetert.

Er zijn blijkbaar nog veel boeren, die niet de urgentie voelen om iets te doen tegen overbemesting. Nog méér regels helpt dan ook niet. Het zou wél goed zijn voor de waterkwaliteit in Nederland als de toegestane hoeveelheid mest per hectare van 235 kg stikstof per ha wordt verlaagd naar het Europese maximum van 170 kg stikstof per ha (afschaffen van de derogatie).  Anders blijft overbemesting wettelijk toegestaan. Volgens LTO Nederland moet nieuw mestbeleid uitgaan van goed bodembeheer, opbrengend vermogen van de grond en het vakmanschap van de boer. Grote vraag blijft natuurlijk wat de maximale mestgift wordt en waar veehouders met hun overschot aan mest naar toe moeten? 

Menselijke mest en dierlijke mest

Voor menselijke mest is het probleem allang opgelost: sinds de jaren ’70 wordt al het rioolwater in Nederland gezuiverd in grote installaties, en daar betalen we met z'n allen voor via de zuiveringsheffing van het waterschap. Dierlijke mest wordt nog – net zoals in de Middeleeuwen – over het land verspreid. Maar met de enorme hoeveelheden veevoer die uit Azië en Zuid-Amerika worden geïmporteerd, is de mestproductie nu véél hoger dan de grond en de gewassen kunnen opnemen. En 's-winters kan de bodem al helemaal geen mest opnemen. Met nat weer komen nitraat en fosfaat in het grondwater terecht en in de sloot. Ammoniak verspreidt zich door de lucht (de kenmerkende 'boerenlucht') om elders weer neer te slaan (stikstofdepositie).

Dierlijke mest kan niet zo maar worden 'gezuiverd' op een rioolwaterzuiveringsinstallatie, omdat het een andere samenstelling heeft dan mensenpoep. Ook de huidige regelgeving ter bescherming van de volksgezondheid staat het mengen van rioolwater en dierlijke mest niet toe. Wat wel kan is een aparte zuiveringsinstallatie bouwen voor dierlijke mest, een zogenoemde biovergister. Door vergisting van mest (samen met groenafval) komt het fosfaat en een deel van het nitraat terecht in het eindproduct. Dit zogenoemde digestaat kan weer als kunstmest worden gebruikt in gebieden met een tekort aan mest. Dat vervoert een stuk makkelijker! Bovendien is fosfaat een eindige grondstof waar we dus zuinig op moeten zijn.

Algemene Waterschapspartij:
pragmatisch omgaan met mest en waterkwaliteit

Waterschappen hebben een belang bij het structureel verminderen van de aanvoer van fosfaat en nitraat naar het oppervlaktewater. Biovergisting van dierlijke mest is een manier om de druk op het milieu te verminderen. Want als de boeren hun overschot aan mest (het verschil tussen 235 en 170 kg/ha stikstof) kwijt kunnen in de biovergister kan de bodem stapje-voor-stapje weer gezond worden, krijgen kruiden en bloemen weer een kans en spoelen er veel minder meststoffen uit naar de sloot. Natuurlijk kost het geld om mest te vergisten, maar boeren moeten nu ook al betalen om mest op het land van hun buurman uit te rijden. En als alle mest in Nederland in de biovergister zou worden verwerkt, hoeft er géén fosfaat meer te worden geïmporteerd om in de Nederlandse behoefte aan kunstmest te voorzien.

Voor een schone sloot is een (commerciële) samenwerking tussen waterschap en biovergister in het welbegrepen maatschappelijk belang. Waterschap Vallei en Veluwe bouwt momenteel samen met een private partner een grote biovergister bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) in Harderwijk. Deze zogenoemde Bio-energiecentrale is volledig circulair ingericht. Er wordt jaarlijks tussen de ca. 50.000 tot 70.000 m3 mest vergist, aangevuld met maaisel en restproducten uit de voedingsindustrie en de agrarische sector.

Uit de vergisting ontstaan drie producten: biogas, digestaat en CO2. Het biogas wordt opgewerkt tot 8 miljoen kuub groen gas, genoeg voor zo’n 5000 huishoudens. Digestaat is rijk is aan fosfaat en een goede vervanger van kunstmest. De jaarlijkse productie van 9.000 ton digestaat wordt geëxporteerd als bodemverbeteraar. Tot slot wordt de 4,5 miljoen kuub CO2 die vrijkomt geleverd aan de naastgelegen steenproducent.

De AWP stelt zich pragmatisch op in het mestdossier en steunt de oplossing die waterschap Vallei en Veluwe heeft gekozen. Want met de huidige toegestane mestgift van 235 kg stikstof per ha wordt de wettelijk afgesproken 'goede waterkwaliteit' gewoon niet gehaald in 2027. 

De veestapel met minstens 40% terugbrengen zou weliswaar het mestprobleem ook sterk reduceren, maar is in onze ogen onrealistisch en volstrekt niet haalbaar. De Algemene Waterschapspartij zet veel liever in op haalbare oplossingen waar we samen met anderen naartoe kunnen werken. Zowel in het waterschapsbestuur als ook daarbuiten.

Een korte versie van dit artikel is gepubliceerd op Binnenlands Bestuur op 12 april 2017

Ger de Jonge
Voorzitter Algemene Waterschapspartij