Volg ons op Facebook!

Volg ons op Facebook en blijf op de hoogte van de laatste berichten uit het veld!


Home » Nieuwsberichten » Waterschappen hebben sleutelrol voor herstel van de aal in Nederland

Waterschappen hebben sleutelrol voor herstel van de aal in Nederland

Gaat het nu wel / niet goed met de paling?

Terwijl natuurbeschermers beweren dat paling in Nederland met uitsterven wordt bedreigd, houden palingvissers vol dat het eindelijk weer beter gaat met hun broodwinning. Voor aalherstel is de rol van de waterschappen cruciaal.

8 maart 2017"Het gaat weer goed met de paling" schreef het AD op 28 februari. Ook het programma 'Keuringsdienst van Waarde' kwam op 23 februari met een uitzending over het vermeende herstel van de paling in het IJsselmeer. "Waren palingen maar aaibaar en niet zo lekker", was de vernietigende repliek van Jan Terlouw, voorzitter van de projectgroep Aalherstel in het AD van 3 maart. De projectgroep Aalherstel bestaat uit Sportvisserij Nederland, Greenpeace, Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, RAVON, Good Fish Foundation en de Unie van Waterschappen.

Eén paling maakt nog géén zomer

De palingsector houdt vast aan haar eigen strategie voor aalherstel en vindt dat het vanaf 2015 juist beter gaat met de aal in Nederland. De palingsector ligt al jaren overhoop met de projectgroep Aalherstel. Inderdaad lijkt het de afgelopen twee jaar op sommige plekken een 'ietsje-pietsje beter' te gaan met de paling, maar nog altijd dramatisch veel slechter dan 20-30 jaar geleden. De huidige aantallen glasaaltjes (baby-palingen) die in het voorjaar vanuit zee het zoetwater binnen zwemmen, zijn historisch laag.

Jan Terlouw in het AD, 3 maart 2017

Schieraal moet wel de Sargassozee bereiken

De levenscyclus van aal is anders dan de meeste andere vissen, en lijkt nog het meest op die van de zalm (maar dan omgekeerd!). Glasaal  wordt geboren in de Sargassozee. De jonge glasaaltjes drijven in twee jaar tijd mee met de zeestroming naar de Europese kusten. Het kleine glasaaltje verandert na binnenkomst in zoetwater in een kleine paling. Na zo'n tien jaar in het zoete water wordt de paling volwassen en wil als schieraal terug naar de Sargassozee om zich daar voort te planten, en sterft dan. Aal paait dus maar één keer. De grote schieralen zijn trouwens altijd vrouwtjes.

Iedere gevangen grote schieraal is dus één moederpaling minder richting Sargassozee en dat betekent: minder glasaaltjes die jaarlijks terug naar Europa drijven. De palingvissers weten dit zelf ook wel, want jaarlijks zetten ze een hoeveelheid schieraal 'over de dijk'. En dat zou niet nodig zijn als je écht van mening bent dat 'het goed gaat met de paling'. 

De aal staat op de Rode Lijst van IUCN en is in Nederland dus 'net zo bedreigd als de reuzenpanda', het symbool van alle bedreidgde diersoorten. Het vangen van palingen uit het wild in Nederland moet dus stoppen als we ons aan de internationale verdragen willen houden, tenminste totdat de aantallen schieraal drastisch zijn toegenomen. 

Herstel van de aal steunt op drie pijlers

  1. Niet vangen: elke schieraal moet vanuit de polder de Noordzee kunnen bereiken en dan door naar de Sargassozee om te paaien. Om de schieralen te beschermen, is het vangstseizoen gesloten van september tot november. Eigenlijk zou er een volledig moratorium op de aalvangst moeten worden afgesproken voor bijvoorbeeld een periode van tien jaar.

  2. Niet verhakselen: pompen in gemalen en turbines bij energiecentrales waren vroeger effectieve vishakselaars. De transitie om gemalen en sluizen vispasseerbaar te maken is al ver gevorderd in Nederland. Inmiddels zijn vrijwel overal visvriendelijke pompen geplaatst, waar 98% van de vis levend doorheen komt. Dat heeft veel belastinggeld gekost (en nog steeds!) en daarom is het op z'n zachtst gezegd 'vreemd' om dan de schieraal - vlak voor haar reis over de Atlantische oceaan - weg te vangen voor consumptie. 
  3. Niet tegenhouden: glasaaltjes die na twee jaar naar onze kusten drijven, moeten het zoete water in kunnen zwemmen want anders gaan ze dood en 'is alles voor niets geweest'. De waterschappen langs de Noordzeekust, langs de monding van de Grote Rivieren en langs de Waddenkust hebben inmidels al veel voorzieningen getroffen om ervoor te zorgen dat glasaal naar binnen kan zwemmen. De vismigratierivier door de Afsluitdijk gaat ervoor zorgen dat de glasaaltjes ook weer in grote aantallen het IJsselmeer op kunnen trekken en vandaar verder landinwaarts. 

Waterschappen sleutelrol bij herstel van de aal

Als beheerders van de gemalen en sluizen in Nederland hebben de waterschappen en Rijkswaterstaat een cruciale rol bij het herstel van de aal. Met het toepassen van visvriendelijke pompen en waar mogelijk de sluisdeuren 's nachts op een kier. De  waterschappen zijn van oudsher vaak ook verpachter van het aalvisrecht. Als verpachter kunnen de waterschappen bijvoorbeeld beperkingen opleggen aan de opstelling van fuiken binnen een bepaalde afstand van gemalen en sluizen. 

Tenslotte hebben de waterschappen een wettelijke doelstelling voor een forse verbetering van de waternatuur (ecologische waterkwaliteit) uiterlijk in 2027. De aal is een icoon voor het herstel van de waternatuur. De doelstellingen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn vastgelegd in nationale wetgeving. De waterschappen investeren bijvoorbeeld veel geld in de aanleg van vispassages voor vismigratie en in het vergroten van het leefgebied van planten en dieren onder- en boven water door de aanleg van natuuroevers. Ook de opgroeiende jonge aal profiteert daarvan.

Uitzending gemist: Keuringsdienst van Waarde (23 feb 2017) 

Kunnen we zonder wilde paling?

Vroeger konden wij ons in Nederland druk maken over de jagers in Frankrijk en Italië die onze trekvogels schoten. Dat is inmiddels verboden. Net als de walvisjacht en het rapen van kievitseieren, om nog een paar voorbeelden te noemen. Vinden wij het moreel nog wel acceptabel om een trekvis als de paling te vangen, alleen omdat paling zo lekker is op een toastje? 

Om te beginnen: méér dan 90% van de gerookte paling in Nederland is nu al afkomstig van glasaaltjes die in de Golf van Biskaje worden opgevist en naar Nederland gebracht om verder op te kweken. Voortplanting van de aal in gevangenschap is moeilijk en het in leven houden van pasgeboren glasaaltjes lukt nog niet. In de natuur worden veel glasaaltjes toch ook opgegeten voordat ze het zoetwater bereiken en ook daarna zijn ze nog niet veilig.

Het wegvangen van een beperkt aantal glasaaltjes heeft naar verwachting een minder negatief effect op het voortbestaan van de soort dan het wegvangen van grote paairijpe schieralen. Bovendien wordt de vangst en handel in Europese glasaal gecontroleerd, hoewel er ook nog veel glasaal wordt gesmokkeld.

Er is dus voor de palinghandel geen enkele noodzaak meer om nog volwassen schieraal uit het wild te vangen. Bovendien is er een alternatief: gerookte Afrikaanse meerval is volgens kenners niet te onderscheiden in smaak en textuur van gerookte paling. Meerval kan wel gemakkelijk in gevangenschap worden geboren en groeit bovendien snel. Goede marketing is nodig om de vraag naar gerookte meerval verder te vergroten.

Wat is het alternatief voor de palingvissers?

  1. Compensatie: de beroepsvisserij die nog op aal vist, is landelijk gezien beperkt. Economisch gezien kan een rijk land als Nederland het zich gemakkelijk veroorloven om de palingvissers uit te kopen. Ter vergelijking: vorige week heeft staatssecretaris Van Dam 38 miljoen euro beschikbaar gesteld om 40.000 koeien naar de slachtbank te brengen, om zo de melkveehoudertij te saneren.
     
  2. Omschakelen: in het binnenwater zijn er lokaal kansen voor fuikenvissers om over te schakelen op rivierkreeftjes. Deze exoot wordt steeds meer een heuse plaag in Nederland en de verwachting is dat de rode rivierkreeftjes nog behoorlijk in aantal gaat toenemen. Voor de wolhandkrab, een andere exoot die ook steeds algemener wordt, hebben de Chinezen belangstelling.
     
  3. Beheer: bij het monitoren en beschermen van de aal blijft behoefte aan de expertise uit de beroepsvisserij. Hoe weten natuurorganisaties hoeveel paling zich in onze binnenwtateren bevindt? Hoe zorgen ze er voor dat bijvoorbeeld aalscholvers straks niet alle paling wegvangen? Organisaties als WNF en Natuurmonumenten zullen geld moeten uittreken om beroepsvissers hierbij in te zetten. En ook de waterschappen moeten hier hun verantwoordelijkheid nemen.

Uiteraard is de transitie van de palingvisserij en de palingsector niet in één dag geregeld, maar het wordt nu tijd om het eens te worden over een gezamenlijke aanpak voor een gefaseerde overgang en elkaar niet langer tegen te werken. Want het gaat niet goed met de paling in Nederland.

Lees hier: 'Vissen op paling kan echt niet meer'.
 

Hans Middendorp
Vice-voorzitter Algemene Waterschapspartij