Afgelopen zaterdag 20 maart was de Algemene Ledenvergadering
van de Algemene Waterschapspartij, de tweede sinds de verkiezingen van eind 2008. Er waren circa 35 personen aanwezig, de sfeer was
opgewekt en strijdvaardig tegelijk. De harde kern van de AWP begint elkaar te kennen.
Na de verplichte rapportage van de kascommissie over 2008 en 2009 en andere mededelingen, nam Eric Oosterom in een impromptu speech afscheid als
bestuurlid met de opmerking dat hij actief lid blijft van de AWP, en
altijd bereid tot hand- en spandiensten. Hans Middendorp zal de plek van
Eric innemen vanaf 1 mei van dit jaar.
De discussie raakte pas echt geanimeerd toen er werd gesproken over een
mogelijke naamswijziging. Uiteindelijk bleken slechts vier leden op dit
moment voorstander te zijn van een naamswijziging, de meerderheid bleek
tegen of zag er de urgentie niet van in. Elke afdeling van de AWP kan
zijn eigen toevoeging doen. Waarschijnlijk gaan we in Zeeland de
verkiezingen in als 'Algemene Waterschapspartij Zeeland'. En mochten in
de toekomst de waterschappen toch worden opgeslokt door de provincies,
dan kunnen we vrij onopvallend onze naam alsnog wijzigen in 'Algemene
Water Partij'.
Ook werden we uitgebreid bijgepraat door Peter Vonk over de inbreng van de AWP in de brede discussie over op welke wijze de
volgende waterschapsverkiezingen moeten worden georganiseerd. De Unie
van Waterschappen heeft in haar eindadvies aan het Rijk gepleit voor
directe verkiezingen, maar tegelijkertijd aangegeven de mogelijkheid van
indirecte verkiezingen bespreekbaar te vinden. Uiteraard is de AWP
tegen indirecte verkiezingen, want daarmee vervalt ons bestaansrecht.
Van een grotere urgentie zijn twee andere discussies die nu landelijk
worden gevoerd en die de toekomst van de waterschappen betreffen: één
discussie gaat over het vinden van de bezuinigingen van ~29 miljard
euro; de andere discussie gaat over het verminderen van de bestuurlijke
drukte. Waarbij sommigen er vanuitgaan dat het opheffen van
waterschappen zowel de bestuurlijke drukte vermindert als een
bezuiniging oplevert. Zie ook de artikelen die op 19 maart in
Binnenlands Bestuur verschenen.
Onze conclusie: waterschappen zijn een doelmatige, zeer taakgerichte overheid, die de waterveiligheid in Nederland waarborgt. Niet aan tornen dus!
Het bestuur van de AWP concludeerde dat de Actie Storm een mooie
vlucht naar voren is geweest van de Unie van Waterschappen om de
watertaken van de provincie en gemeenten naar de waterschappen over te
hevelen (en daarmee meer bestaansrecht te krijgen). Echter na de
landeljke verkiezingen van 9 juni kun je op je vingers
natellen dat de informateur een veel substantiëlere bijdrage verwacht
van de waterschappen dan de nu genoemde 100 miljoen.
Het landelijk bestuur stelde de ledenvergadering voor om als AWP het standpunt in te nemen om het volledige
Hoogwaterbeschermingsprogramma van de begroting van V&W af te halen
(circa 500 miljoen euro), en de verantwoordelijkheid voor financiering en
uitvoering bij de waterschappen te leggen. Dit betekent een bezuiniging
bij het Rijk, terwijl de waterschappen het HWBP voor mínder kosten
moeten kunnen uitvoeren. De extra lasten worden wel doorberekend via de
waterschapslasten. Voor de burgers betekent dit een verschuiving in lasten
van de inkomstenbelasting naar de waterschapslasten, dus netto geen toename. En het legt de
kosten voor de primaire kosten waar ze horen: bij de waterbeheerders.
Afgesproken werd dat het landelijk bestuur zo snel mogelijk met een
persbericht komt, en dat alle afdelingen de komende week bij de extra AB
vergaderingen over Actie Storm dit standpunt ook zullen inbrengen. Zie het nieuwsbericht daarover!
De leden zien elkaar weer tijdens de netwerkbijeenkomst op 12 juni a.s., gepland in Amersfoort.