Volg ons op Facebook!

Volg ons op Facebook en blijf op de hoogte van de laatste berichten uit het veld!


Home » Nieuwsberichten » Kan het Deltaprogramma nog wel verder op dezelfde voet?

Kan het Deltaprogramma nog wel verder op dezelfde voet?

De Commissie Veerman maakte in 2008 duidelijk dat de landelijke waterproblemen onder invloed van zeespiegelstijging en klimaatverandering sterk zullen toenemen. Voor de korte termijn waren vooral de maatregelen van Ruimte voor de Rivier en de projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma doorgaans succesvol en zorgden voor een groot maatschappelijk draagvlak.

Echter door de versnelde klimaatverandering en haar verregaande gevolgen moet er nu met spoed gekeken worden naar effectieve maatregelen voor de lange termijn. Hier zijn het Deltaprogramma en de Deltabeslissingen helaas niet op voorbereid. Doorgaan met het Deltaprogramma op dezelfde voet, is 'water naar de zee dragen'! De Adviesgroep Borm & Huijgens benadrukt dat er zonder langetermijnvisie geen gerichte sturing is te geven aan het complexe proces naar een klimaatbestendig Nederland.

Mogelijke aanpassing Zeeuws-Hollandse delta - Borm & Huijgens

Keuzes frustreren de voortgang

Waterschappen voerden eeuwenlang adaptief beleid door problemen pas aan te pakken wanneer die zich voordoen. Soms waren er zelfs (bijna) rampen voor nodig. Een strategie die niet meer van deze tijd is. Bij een onverwachte situatie, zoals een extreem hoog debiet van de Rijn in combinatie met langdurige noordwesterstorm, kunnen we niet alert reageren en zijn we eenvoudig te laat.

Om de waterproblemen op te lossen met duurzame maatregelen is het Deltafonds ingesteld. Grote waterbouwkundige werken op landelijk niveau vergen immers decennia aan voorbereiding en behoren vaak meer dan een eeuw te functioneren.

Kennisinstituten zoals Deltares en Witteveen+Bos beginnen zich inmiddels ook zorgen te maken over het veranderend klimaat en de kustbescherming. De zeespiegel stijgt, de kustafslag neemt toe en we mogen stormen met orkaankracht verwachten.

Zandsuppleties op lange termijn niet duurzaam

De huidige experimentele zandsuppleties tegen de kust worden onvoorspelbaar en onbeheersbaar verspreid door erosie en stroming. Gedeponeerd zand voldoet niet als duurzame kustbescherming. Er zal dan ook naar andere maatregelen gezocht moeten worden die natuurlijke kustaanwas bevorderen en deze fixeren.

Investeren in primaire waterkeringen (de eerste laag) is dan ook veruit het meest efficiënt. Daarbij is een herstel van een korte kustlijn van groot belang en wordt het ‘Waterschap Nederland’ pas echt beheersbaar zodra de landelijke dijkring gesloten of afsluitbaar is.

Voor meerlaagsveiligheid zijn er binnendijks vrijwel geen plaatsen overstromingsbestendig (de tweede laag) en bij overstroming is evacuatie zeer beperkt mogelijk (de derde laag).

Lange termijnvisie ontbreekt in Deltaprogramma

Tijdens het Nationaal Deltacongres op 2 november 2017 gaf de deltacommissaris aan dat de inhoud van het Deltaprogramma niet verandert en dat hij de regie blijft houden. De programmering 'voor de eerste zes jaar in detail, voor de daaropvolgende twaalf jaar indicatief met een doorkijk naar 2050' schiet helaas tekort voor een duurzaam waterbeleid.

Een onderbouwde landelijke langetermijnvisie als referentiekader ontbreekt en daardoor kan het hele hoofdsysteem niet eens getoetst worden op effectiviteit. Het Deltaprogramma neemt forse risico’s als het zich blijft beperken tot maatregelen voor de korte termijn op basis van Deltabeslissingen, die stoelen op adaptief beleid, zandsuppleties en meerlaagsveiligheid. Voortschrijdend inzicht geeft aan dat deze keuzes de voortgang frustreren en zo krijgen de volgende generaties de rekening gepresenteerd.

Rivierwaterveiligheid kan meer in samenhang

De verbeterde doorvoer (Ruimte voor de Rivier) is voor rivierwaterveiligheid een eerste stap. De beoogde veiligheid wordt pas gehaald als er ook maatregelen genomen worden om het water aan de bron langer vast te houden, om de aanvoer vanuit het buitenland te reguleren en om op het eind maximaal te kunnen bergen in de Zuidwestelijke Delta of in bekkens tegen de kust.

De Rijnmond heeft geen bergend vermogen en is om deze reden als permanente afvoerroute ongeschikt. De waterveiligheid van de Drechtsteden en de Rotterdamse regio kan gegarandeerd worden door de aanleg van zeesluizen en een afsluitbaar Rijnmond aan de rivierzijde. Op deze wijze verplaatst het kantelpunt van zee en rivieren zich van een dichtbevolkt, laaggelegen en geïndustrialiseerd gebied, naar de Zuidwestelijke Delta. Met de voorbereiding van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg is dan ook haast geboden.

Impressie van een open Europoort en een Nieuwe Waterweg met schutsluizen en spuisluizen in zee – Adviesgroep Borm & Huijgens 2009

Zoetwaterbeleid vol tegenstrijdigheden

Zoetwatertekorten in het mondingsgebied van de grote rivieren illustreren de scheefgroei in de landelijke zoetwaterverdeling. Zoet water dient in overvloed aanwezig te zijn waar het nodig is. Dit is mogelijk door het grootschalig zoetwaterverlies via de Nieuwe Waterweg te beëindigen, door meer zoetwatervoorraden en door met tegendruk van zoet water verzilting tegen te gaan.

Dit is tegengesteld aan het beleid voor de Zuidwestelijke Delta, die verstoken blijft van rivierwateraanvoer en waar een zoutlobby, gestimuleerd door grote natuurinstanties, in tegenspraak met de doelen van het Nationaal Deltaplan zout en zee verder wil binnenhalen.

En tegen het principe van meerlaagsveiligheid in, wordt er gebouwd op te lage locaties, met name bij de Randstad. Bemalen veroorzaakt er inklinking en verzilting, waarna alles in het werk wordt gezet om schaars zoet oppervlaktewater aan te voeren.

De herijking van de landelijke zoetwaterverdeling, die gepland stond voor de periode 2009-2015, heeft nooit plaatsgevonden maar zou wel wel de basis moeten zijn van een samenhangend Nationaal Waterplan.

Nu begint het grote werk pas

Om een klimaatbestendig Nederland te realiseren, in ontwerp en uitvoering, dient er spoedig een langetermijnvisie komen. Deze kan alleen samengesteld worden door een kundig en wetenschappelijk team, dat zich een adequate voorstelling kan maken van een allesomvattende waterstaatsoperatie. Onafhankelijke financiële deskundigen kunnen de doorslag geven door breed naar de maatschappelijke kosten en baten te kijken.

Grote overheidsprojecten blijken moeilijk om te buigen. Verandering van koers op basis van onderzoek en feiten zal dan ook sterke weerstand oproepen. Maar wanneer er over enkele jaren sprake is van één gefundeerde visie en onafhankelijk toezicht, kan het Deltaprogramma op een andere voet gericht verder.
 

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer - november 2017