Drents Overijsselse Delta

Rianne Zefat

Leeftijd: 50 jaar
Woonplaats: Zwolle

Rianne heeft een Hogere Landbouw Opleiding, woont in buurtschap Langenholte bij de Overijsselse Vecht waar de unieke kievietsbloem in de uiterwaarden voorkomt, werkt op een zorgboerderij en Rianne is hobby- imker.
Haar antwoord op de betekenis van water:

“Hoe belangrijk is water? Overbodige vraag natuurlijk. Belangrijk voor alles wat mij/ons dierbaar is.
Voor mijn ontspanning bijvoorbeeld. Ik roeide met enige regelmaat over de vecht en het zwarte water. Fantastisch om s’ ochtends vroeg de ijsvogel en andere watervogels te spotten vanaf de boot.
Ook voor mijn bijen is water van groot belang. Zij gebruiken dit voor het indampen van de honing, waardoor deze niet gaat gisten. Het is prachtig on te zien hoe de bijen aan de rand van onze poel zich te goed doen aan het water.
De watercirculatie en het besef van ‘schoon’ water. Laten we er met zijn allen zuinig op zijn. ”

In onderstaande tekst van Daniël Lohues, wordt de waterkringloop mooi beschreven:

“Op een brug over een rivier staat een man te kijken naar het water. Het stroomt traag onder hem door. Even kijkt hij snel om zich heen. Niemand. Hij spuugt van de brug. Hij ziet het spuugje wegdrijven en opgaan in het water van de rivier. Opeens realiseert hij zich dat het vocht van zijn spuug misschien al wel eerder in deze rivier was geweest. Dat het bijvoorbeeld ooit een keer regen is geweest die hier ergens gevallen was en via de rivier de lange weg naar de zee gemaakt had. En dat het daar verdampt is en vervolgens samen met andere verdampte waterdruppeltjes een wolk geworden was. En die wolk was dan misschien wel helemaal naar de bergen gewaaid. Daar was de wolk misschien wel in sneeuwvlokjes uit elkaar gevallen. Die sneeuw is boven op de berg in het voorjaar weer gesmolten en via kleine stroompjes weer uitgekomen bij de rivier waar de man nu op de brug staat. Hij kijkt nog steeds naar het trage voorbijstromen van het water. Alle water op de wereld. Alle sneeuw en ijs, alle vocht in alle planten en dieren en mensen. Al het water maakt al vanaf het begin van de aarde deze tocht. Met zijn armen over elkaar en de ellebogen op de leuning van de brug kijkt hij nog een keer snel om zich heen. Hij wil nog een keer van de brug spugen. Dat moet niet gezien worden. Het is niet beleefd om in een vreemde stad van de brug te spugen. Maar het wordt druk op de brug, dus hij loopt de stad in. De winkelstraten puilen uit met dingen die de mensen willen. Deze stad moet het hebben van toeristen. Die zijn er genoeg en ze eten ijsjes. Het is namelijk warm. De man koopt op een middeleeuws plein met een fontein een flesje water voor het bedrag waar hij thuis genoeg brood en pindakaas voor kan halen om een week boterhammen van te smeren. Maar hij zegt tegen de waterflesjesverkoper dat het eigenlijk maar een schijntje is als je bedenkt welke lange reis dit water gemaakt heeft. Hij wil uitleggen wat hij zojuist op de brug gedacht heeft. Net op tijd besluit hij dat niet te doen en door te lopen. Hij neemt een slok koud water. Het zweet loopt hem langs de rug.” (Daniël Lohues)