Zuiderzeeland

Herman van der Woude

In 1976 ging Herman van der Woude werken voor de Stichting 1940-1945 in Amsterdam. In eerste instantie in een administratieve functie, vanaf 1985 als onderzoeker tot 2005 toen hij vervroegd met pensioen ging. Gedurende zijn vele jaren als onderzoeker heeft Herman van der Woude geleerd zeer analytisch te denken en niet alles wat hem werd verteld zonder meer voetstoots aan te nemen. Waarheidsvinding is voor hem een tweede natuur geworden.
Herman van der Woude stelt zich vooral kandidaat omdat het waterschap, als je je daarin verdiept, interessante materie is. Ook vanuit politiek oogpunt. Er zit namelijk iets ondemocratisch in, dat hij graag opgeruimd zou zien. Het Algemeen Bestuur van het Waterschap kent namelijk 25 zetels. Zeven van die zetels zijn geborgde zetels die bij voorbaat al uitgedeeld zijn aan drie vaste spelers in het veld. In de 21ste eeuw kan zoiets natuurlijk niet meer. Bij verkiezingen moeten alle zetels beschikbaar zijn en dat is ook het standpunt van de Algemene Waterschapspartij.
Daarnaast is het zo dat de agrariërs veel minder waterschapslasten hoeven af te dragen dan de burgers in de steden en dorpen, terwijl de agrariërs in verhouding veel meer vervuilen. In de praktijk betekent dit dat de “stedelingen” dus meebetalen aan het oplossen van de vervuiling door andere bewoners. Ook dat kan niet in de ogen van Herman van der Woude.
Hij kiest de lijst van de AWP juist omdat het geen politieke partij is, maar een partij die alleen maar bestaat ten behoeve van het Waterschap. Er zitten in alle waterschappen partijen of combinaties van partijen die gelieerd zijn aan de bekende landelijke politieke partijen. De “echte” politieke partijen hebben altijd een oog gericht op wat ze in Den Haag willen en dat hoeft niet per se het beste te zijn voor het eigen waterschap.
Uiteindelijk is een waterschap een uitvoerend orgaan met de zorg voor de veiligheid van het gebied en de kwaliteit van het water. Echt beleid ontwikkelen, anders dan voor die veiligheid en kwaliteit, is er niet bij.
Wel kan (en moet) een waterschap rapporteren wat de gevolgen zijn van het beheer in zijn gebied. Zo zijn er in heel (polderend) Nederland twee onrustwekkende ontwikkelingen gaande. De bodem daalt en dat is niet gunstig bij een stijgende waterspiegel als gevolg van de klimaatverandering, èn er komen als afval steeds meer medicijnresten in het water die er niet uitgehaald kunnen worden. Die medicijnresten komen weer terecht in de voedselketen van de dieren en tenslotte in die van de mens. De politieke partijen doen met dit soort informatie niets of veel te weinig.
Via de waterschapslasten die alle burgers moeten betalen komt het waterschap aan zijn geld. Geld dat maar een keer kan worden uitgegeven en dat alleen maar mag worden gebruikt voor de veiligheid van het waterschap en de kwaliteit van het water. Geld dat niet mag worden gebruikt voor “hobby’s”.